Grieks · G0026

ἀγάπη

agapēlove

Keer
116
verzen
106
boeken
24

Verspreiding

MatteüsMarcusLucasJohannesHandelingenRomeinen1 Korintiërs2 KorintiërsGalatenEfeziërsFilippenzenKolossenzen1 Tessalonicenzen2 Tessalonicenzen1 Timoteüs2 TimoteüsTitusFilemonHebreeënJakobus1 Petrus2 Petrus1 Johannes2 Johannes3 JohannesJudasOpenbaringMattMarkLukeJohnActsRom1Cor2CorHebRevMatteüs 24: 1×Lucas 11: 1×Johannes 5: 1×Johannes 13: 1×Johannes 15: 4×Johannes 17: 1×Romeinen 5: 2×Romeinen 8: 2×Romeinen 12: 1×Romeinen 13: 2×Romeinen 14: 1×Romeinen 15: 1×1 Korintiërs 4: 1×1 Korintiërs 8: 1×1 Korintiërs 13: 9×1 Korintiërs 14: 1×1 Korintiërs 16: 2×2 Korintiërs 2: 2×2 Korintiërs 5: 1×2 Korintiërs 6: 1×2 Korintiërs 8: 3×2 Korintiërs 13: 2×Galaten 5: 3×Efeziërs 1: 2×Efeziërs 2: 1×Efeziërs 3: 2×Efeziërs 4: 3×Efeziërs 5: 1×Efeziërs 6: 1×Filippenzen 1: 2×Filippenzen 2: 2×Kolossenzen 1: 3×Kolossenzen 2: 1×Kolossenzen 3: 1×1 Tessalonicenzen 1: 1×1 Tessalonicenzen 3: 2×1 Tessalonicenzen 5: 2×2 Tessalonicenzen 1: 1×2 Tessalonicenzen 2: 1×2 Tessalonicenzen 3: 1×1 Timoteüs 1: 2×1 Timoteüs 2: 1×1 Timoteüs 4: 1×1 Timoteüs 6: 1×2 Timoteüs 1: 2×2 Timoteüs 2: 1×2 Timoteüs 3: 1×Titus 2: 1×Filemon 1: 3×Hebreeën 6: 1×Hebreeën 10: 1×1 Petrus 4: 2×1 Petrus 5: 1×2 Petrus 1: 1×1 Johannes 2: 2×1 Johannes 3: 3×1 Johannes 4: 12×1 Johannes 5: 1×2 Johannes 1: 2×3 Johannes 1: 1×Judas 1: 3×Openbaring 2: 2×
Elk boek is een boog naar zijn lengte, elke stip een hoofdstuk met het woord. Wijs een stip aan om te zien waar het woord nog meer staat; klik om de lijst eronder op dat hoofdstuk te filteren.
Evangeliën en HandelingenBrievenlovecharityoverigMatteüs: 1Marcus: 0Lucas: 1Johannes: 7Handelingen: 0Romeinen: 91 Korintiërs: 142 Korintiërs: 9Galaten: 3Efeziërs: 10Filippenzen: 4Kolossenzen: 51 Tessalonicenzen: 52 Tessalonicenzen: 31 Timoteüs: 52 Timoteüs: 4Titus: 1Filemon: 3Hebreeën: 2Jakobus: 01 Petrus: 32 Petrus: 11 Johannes: 182 Johannes: 23 Johannes: 1Judas: 3Openbaring: 2
Per boek hoe vaak het woord voorkomt, gestapeld naar hoe de KJV het vertaalt. Wijs een weergave aan om haar overal te zien oplichten.

Elk boek is een blok naar zijn lengte. Elk streepje is een hoofdstuk waarin het woord voorkomt; hoe donkerder, hoe dichter.

Hoofdstukken met dit woord
  • Matteüs 24 (1×)
  • Lucas 11 (1×)
  • Johannes 5 (1×), 13 (1×), 15 (4×), 17 (1×)
  • Romeinen 5 (2×), 8 (2×), 12 (1×), 13 (2×), 14 (1×), 15 (1×)
  • 1 Korintiërs 4 (1×), 8 (1×), 13 (9×), 14 (1×), 16 (2×)
  • 2 Korintiërs 2 (2×), 5 (1×), 6 (1×), 8 (3×), 13 (2×)
  • Galaten 5 (3×)
  • Efeziërs 1 (2×), 2 (1×), 3 (2×), 4 (3×), 5 (1×), 6 (1×)
  • Filippenzen 1 (2×), 2 (2×)
  • Kolossenzen 1 (3×), 2 (1×), 3 (1×)
  • 1 Tessalonicenzen 1 (1×), 3 (2×), 5 (2×)
  • 2 Tessalonicenzen 1 (1×), 2 (1×), 3 (1×)
  • 1 Timoteüs 1 (2×), 2 (1×), 4 (1×), 6 (1×)
  • 2 Timoteüs 1 (2×), 2 (1×), 3 (1×)
  • Titus 2 (1×)
  • Filemon 1 (3×)
  • Hebreeën 6 (1×), 10 (1×)
  • 1 Petrus 4 (2×), 5 (1×)
  • 2 Petrus 1 (1×)
  • 1 Johannes 2 (2×), 3 (3×), 4 (12×), 5 (1×)
  • 2 Johannes 1 (2×)
  • 3 Johannes 1 (1×)
  • Judas 1 (3×)
  • Openbaring 2 (2×)

Vertaald als

Hoe de KJV dit woord weergeeft. Voor de Statenvertaling is er nog geen koppeling per woord.

love: 86charity: 28overig: 2ἀγάπηlove 86charity 28overig 2

Per boek

BoekAantalper 1.000 woordenOpvallend
Matteüs10,05↓ weinig
Marcus00,00↓ weinig
Lucas10,05↓ weinig
Johannes70,44
Handelingen00,00↓ weinig
Romeinen91,25
1 Korintiërs142,02
2 Korintiërs91,99
Galaten31,33
Efeziërs104,04↑ vaak
Filippenzen42,43
Kolossenzen53,07
1 Tessalonicenzen53,33
2 Tessalonicenzen33,57
1 Timoteüs53,05
2 Timoteüs43,14
Titus11,47
Filemon38,62
Hebreeën20,40
1 Petrus31,74
2 Petrus10,91
1 Johannes188,23↑ vaak
2 Johannes28,03
3 Johannes14,59
Judas36,64
Openbaring20,20

Vormen

GrammaticaVormAantal
Noun Nominative Singular Feminineἀγάπη36
Noun Accusative Singular Feminineἀγάπην33
Noun Dative Singular Feminineἀγάπῃ28
Noun Genitive Singular Feminineἀγάπης18
Noun Dative Plural Feminineἀγάπαις1

Alle voorkomens

Gefilterd op: 1 Johannes 3 · loveFilters wissen

Getoond 1-3 van 3 verzen

  1. 1 Johannes 3:1

    ἴδετε ποταπὴν ἀγάπην δέδωκεν ἡμῖν ὁ πατήρ, ἵνα τέκνα θεοῦ κληθῶμεν διὰ τοῦτο ὁ κόσμος οὐ γινώσκει ἡμᾶς, ὅτι οὐκ ἔγνω αὐτόν.

    Behold, what manner of love the Father hath bestowed upon us, that we should be called the sons of God: therefore the world knoweth us not, because it knew him not.

    Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.

  2. 1 Johannes 3:16

    ἐν τούτῳ ἐγνώκαμεν τὴν ἀγάπην ὅτι ἐκεῖνος ὑπὲρ ἡμῶν τὴν ψυχὴν αὐτοῦ ἔθηκεν· καὶ ἡμεῖς ὀφείλομεν ὑπὲρ τῶν ἀδελφῶν τὰς ψυχὰς τιθέναι

    Hereby perceive we the love of God, because he laid down his life for us: and we ought to lay down our lives for the brethren.

    Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen.

  3. 1 Johannes 3:17

    Ὃς δ᾽ ἂν ἔχῃ τὸν βίον τοῦ κόσμου καὶ θεωρῇ τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ χρείαν ἔχοντα καὶ κλείσῃ τὰ σπλάγχνα αὐτοῦ ἀπ᾽ αὐτοῦ, πῶς ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ μένει ἐν αὐτῷ;

    But whoso hath this world’s good, and seeth his brother have need, and shutteth up his bowels of compassion from him, how dwelleth the love of God in him?

    Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?

Lexicon

ἀγάπη, -ης, ἡ
[in LXX for אַהֲבָה, which is also rendered by ἀγάπησις and φιλία ;]
love, goodwill, esteem. Outside of bibl. and eccl. books, there is no clear instance (with Deiss., LAE, 18:4, 70:2, cf. the same writer in Constr. Quar., ii, 4; and with MM, VGT, see word, cf. Dr. Moulton in Exp. Times, xxvi, 3, 139). In NT, like ἀγαπάω, -ῶ,
__1. Of men's love:
__(a) to one another, Jhn.13:35;
__(b) to God, 1Jn.2:5.
__2. Of divine love;
__(a) God's love: to men, Rom.5:8; to Christ, Jhn.17:26;
__(b) Christ's love to men: Rom.8:35.
__3. In pl., love feasts: Ju 12 (DB, iii, 157).
SYN.: φιλία. ἀ., signifying properly (see: ἀγαπάω) love which chooses its object, is taken over from LXX, where its connotation is more general, into NT, and there used exclusively to express that spiritual bond of love between God and man and between man and man, in Christ, which is characteristic of Christianity. It is thusdistinct from φιλία, friendship (Jas.4:4 only), στοργή, natural affection (in NT only in compounds, see: ἄστοργος) and ἔρως, sexual love, which is not used in NT, its place being taken by ἐπιθυμία. (Cf. ἀγαπάω; and see Abbott, Essays, 70f.; DB, vol. i., 555; Cremer, 13, 593; MM, VGT, see word). (AS)