Oude Testament

Hosea 6

  1. 1

    Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.

    Come, and let us return unto the LORD: for he hath torn, and he will heal us; he hath smitten, and he will bind us up.

  2. 2

    Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

    After two days will he revive us: in the third day he will raise us up, and we shall live in his sight.

  3. 3

    Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.

    Then shall we know, if we follow on to know the LORD: his going forth is prepared as the morning; and he shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.

  4. 4

    Wat zal Ik u doen, o Efraim! wat zal Ik u doen, o Juda! dewijl uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat.

    O Ephraim, what shall I do unto thee? O Judah, what shall I do unto thee? for your goodness is as a morning cloud, and as the early dew it goeth away.

  5. 5

    Daarom heb Ik hen behouwen door de profeten; Ik heb ze gedood door de redenen Mijns monds; en uw oordelen zullen voortkomen aan het licht.

    Therefore have I hewed them by the prophets; I have slain them by the words of my mouth: and thy judgments are as the light that goeth forth.

  6. 6

    Want Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.

    For I desired mercy, and not sacrifice; and the knowledge of God more than burnt offerings.

  7. 7

    Maar zij hebben het verbond overtreden als Adam; daar hebben zij trouwelooslijk tegen Mij gehandeld.

    But they like men have transgressed the covenant: there have they dealt treacherously against me.

  8. 8

    Gilead is een stad van werkers der ongerechtigheid; zij is betreden van bloed.

    Gilead is a city of them that work iniquity, and is polluted with blood.

  9. 9

    Gelijk de benden der straatschenders op iemand wachten, alzo is het gezelschap der priesteren; zij moorden op den weg naar Sichem, waarlijk, zij doen schandelijke daden.

    And as troops of robbers wait for a man, so the company of priests murder in the way by consent: for they commit lewdness.

  10. 10

    Ik zie een afschuwelijke zaak in het huis Israels; aldaar is Efraims hoererij, Israel is verontreinigd.

    I have seen an horrible thing in the house of Israel: there is the whoredom of Ephraim, Israel is defiled.

  11. 11

    Ook heeft hij u, o Juda! een oogst gezet, als Ik de gevangenen Mijns volks wederbracht.

    Also, O Judah, he hath set an harvest for thee, when I returned the captivity of my people.